Column: Schalkhaar moet een dorp zijn waar je wordt gezien

Ik steek mijn hand vaak wel op naar tegenliggers. Of knik tenminste even beleefd als ik op straat een dorpsgenoot tegenkom. Fietsend over de vers geasfalteerde Kon. Wilhelminalaan óf hortend en stotend over al die verkeersdrempels in de Oerdijk. Een kleine moeite, vind ik. Eigenlijk een vanzelfsprekende groet. 

Maar hoe vanzelfsprekend is het tegenwoordig nog, dat vluchtige straatcontact? Mijn uitnodigende blik blijft, merk ik, steeds vaker onbeantwoord. Na bijna 60 jaar Schalkhaar, geboren en getogen, hoeft echt niet iedereen mij gedag te zeggen. Maar dorpsgevoel zit voor mij toch onder meer ook in de kleine ontmoetingen van alledag.

In een ‘goedemorgen’ voor of van een onbekende. In een glimlach naar een dorpsgenoot die de hond uitlaat. In een ‘dankjewel’ voor de chauffeur van buslijn 4, als je uitstapt bij de halte ter hoogte van de Kerkweg. In een ‘werk ze nog’ voor die vriendelijke caissières van Joffrey, in onze plaatselijke supermarkt.

Aandacht
Het vraagt misschien even uw aandacht, maar het ‘kost’ maar een paar seconden. Juist zulke momenten maken de sfeer en verbondenheid in een dorp warm. Schalkhaar staat de komende jaren niet stil. Sterker nog, alle protesten ten spijt: er gaat flink gebouwd worden; er komen veel mensen bij om beleefd naar te knikken. Ons dorp groeit.

Dat biedt uitdagingen en kansen, maar stelt ons ook voor een keuze. Hoe kan je blijven klagen over het verdwijnen van het ‘dorpsgevoel’ door nieuwbouw in de Wechelerhoek en Baarlerhoek als je nu al niet even de moeite neemt om met een simpel ‘goeiemorgen’ dat gevoel, voor jezelf én de ander, in stand te houden?

Een dorp wordt niet alleen gevormd door straten, huizen en een centraal pleintje. Niet alleen door Schalkhaar Life!, een Oktoberfest, het jaarlijkse paasvuur of een nieuw dorpshuis. Niet alleen door shoppen bij lokale ondernemers of sporten en ontspannen bij plaatselijke verenigingen. Schalkhaar wordt gevormd door de manier waarop mensen hier met elkaar omgaan.

Welkom
Als Schalkhaar groeit, laten we er dan samen voor zorgen dat het karakter van ons dorp méégroeit. Dat nieuwe inwoners zich net zo welkom voelen als mensen, zoals ik, die hier al hun hele leven wonen. Dat we elkaar blijven aankijken, blijven groeten en blijven helpen. Niet omdat ik het zo wil, maar omdat wij dat allemaal belangrijk vinden.

Misschien hoeven we de sociale samenhang niet te zoeken in grote plannen of nieuwe initiatieven. Misschien begint die gewoon weer met een groet. Met een hand omhoog op de Kon. Wilhelminalaan. Een vriendelijk woord in de supermarkt. Een bedankje aan de buschauffeur. Dorpsgevoel begint niet met elkaar kennen. Het begint met elkaar groeten.

Laten we er vanaf vandaag, nú, samen voor zorgen dat Schalkhaar dat warme roze wolkje op die grote, verklote aardbol blijft. Probeer het gewoon eens: ‘hoi’. Of diep inademen en één lettergreep meer: ‘hallo’. Of ‘dag’ als je toch liever iets meer afstand wilt. Schalkhaar moet een dorp zijn waar je wordt gezien. Oók als je elkaar nog niet eerder hebt ontmoet.

Deel via